IT-hindermacht

Tijdens een recente workshop bij het ministerie van Economische Zaken over cloud computing kwam na een half uurtje discussie de hamvraag naar boven: ‘Waarom zou de overheidsdienstverlening beter worden als we vanaf nu aan cloud computing doen? Hoe wordt bijvoorbeeld de sociale zekerheid beter als de overheid de cloud omarmt?’ Ik had daar niet meteen een goed antwoord op.

Na enig nadenken is het antwoord op die vraag verrassend eenvoudig: omdat de macht van de IT-afdelingen dramatisch kan worden ingeperkt. Dat die macht groot is, heeft iedere argeloze ‘klant’ van een gemiddelde IT-afdeling aan den lijve ondervonden. Probeer maar eens Skype te gebruiken om belastinggeld te besparen voor je internationale telefoontjes. Dat staat niet in het service level agreement.

Of met een (op eigen kosten gekochte) smartphone je e-mail te doen in plaats van met zo’n twintigste-eeuwse iphone, gewoon omdat het zoveel efficiënter werkt. Dat wordt niet gesupport. En helemaal gruwelijk wordt het als er iets over de grenzen van de eigen organisatie heen geregeld moet worden. Kansloos.

De gemiddelde IT-afdeling is synoniem met hindermacht en die macht is gebouwd op drie pijlers: kennismonopolie, de dooddoener ‘veiligheid’ en de mantra ‘standaardisatie betekent efficiency’. Stel, een onwetende manager stuurt een klacht van een medewerker door aan zijn IT-directeur. Die heeft een setje met standaard-antwoorden klaarliggen om niets te hoeven doen. Het eerste antwoord benut het kennismonopolie: ‘De 8080-poort die door het https-protocol wordt benut is binnen ons netwerk niet gefaciliteerd.’

Meer dan 95 procent van de managers neemt hier genoegen mee, niet wetend wat een 8080-poort is. Een manager wil immers niet dom lijken, waarom is hij anders manager? Wie doorvraagt wordt het bos in gestuurd met de veiligheidsdooddoener en de standaardisatie-mantra. Daarom beschikken ambtenaren op hun computer thuis over zeer geavanceerde ICT-tools uit de cloud, maar krijgen ze op hun werk een achterhaald keurslijf opgelegd. De gevolgen van de hindermacht van de IT-afdelingen zijn onderschat en vergaand.

Vrijwel alle grote maatschappelijke problemen in Nederland vragen om samenwerking tussen verschillende overheidssectoren en tussen verschillende overheidsniveaus. Of het nu gaat om de sociale zekerheid, belastingfraude, ontsporende jongeren, probleemwijken, drama’s in de jeugdzorg, drugshandel: steeds is de analyse dat de effectiviteit van het overheidshandelen beperkt is door de gebrekkige samenwerking tussen verschillende onderdelen van diezelfde overheid.

Geen wonder: de bestaande IT-systemen binnen de publieke sector werken die samenwerking zoveel mogelijk tegen. Diensten die hardnekkig verschillende formulieren gebruiken, databases tussen korpsen die niet gekoppeld kunnen worden, agentschappen die zorginstellingen dwingen om Internet Explorer 6 te gebruiken om data aan te leveren - de voorbeelden zijn te knullig voor woorden. Wie er iets aan probeert te doen, komt in eeuwig bureaucratisch schaak terecht en leert al snel om dat probleem zoveel mogelijk te omzeilen. Waardoor het instand blijft.

ICT kan een enorme bijdrage leveren om de transactiekosten voor samenwerking te verlagen, mits de hindermacht van de IT-afdeling wordt ingeperkt. De publieke cloud gaat dat afdwingen, zo simpel is het. Mits we twee zaken goed regelen: open standaarden en open data. Open standaarden zodat we voorkomen dat het huidige monopolie van Microsoft en aanverwanten wordt ingeruild voor een volgende monopolie, van Google of een andere grote speler.

En open data. Omdat het (straks) kosteloos kan. Gewoon via een API in plaats van via een WOB-verzoek. Zonder dat er expliciete instemming nodig is van de directeur-IT. Want democratie was van, voor en door het volk. Het zijn onze data. En zoals de voorbeelden uit het buitenland laten zien; burgers gaan vervolgens mooie dingen doen met die data. Wat de overheid informatie oplevert om beter zijn werk te doen.